Thema: ‘Maria Magdaléna ontmoet de opgestane Jezus’ n.a.v. Johannes 20:11-18
Uit de Bijbel: Johannes 20:1-18
1 EN op den eersten dag der week ging Maria Magdaléna vroeg, als het nog duister was, naar het graf, en zag den steen van het graf weggenomen.
2 Zij liep dan en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem gelegd hebben.
3 Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf.
4 En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf.
5 En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij daar niet in.
6 Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen;
7 En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.
8 Toen ging dan ook de andere discipel daar in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het en geloofde.
9 Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
10 De discipelen dan gingen wederom naar huis.
11 En Maria stond buiten bij het graf, wenende. Als zij dan weende, bukte zij in het graf,
12 En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
13 En die zeiden tot haar: Vrouw, wat weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Heere weggenomen hebben, en ik weet niet waar zij Hem gelegd hebben.
14 En als zij dit gezegd had, keerde zij zich achterwaarts, en zag Jezus staan, en zij wist niet dat het Jezus was.
15 Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weg gedragen hebt, zeg mij waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.
16 Jezus zeide tot haar: Maria. Zij zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni, hetwelk is gezegd: Meester.
17 Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
18 Maria Magdaléna ging en boodschapte den discipelen dat zij den Heere gezien had, en dat Hij haar dit gezegd had.
‘Maria Magdaléna ontmoet de opgestane Jezus ’ n.a.v. Johannes 20:11-18
Met Pasen gaat het over de opstanding van de Heere Jezus. Hij moet centraal staan. Hij leidt alles. Ook deze vroege paasmorgen, als een aantal vrouwen naar het graf van de Heere Jezus gaan. Een van die vrouwen is Maria Magdaléna. Zij ontmoet als eerste de opgestane Jezus. wie was Maria Magdaléna? Ze was een vroege volgeling van de Heere Jezus. Ze deed mee aan het levensonderhoud van de groep die Jezus volgde. Alles had ze voor Hem over omdat Hij haar bevrijd had van zeven duivelen. De Heere Jezus had haar in liefde aan Zichzelf verbonden. Ze wilde alleen nog maar wat de Heere wilde. Alles in haar leven draaide om Jezus.Wie veel vergeven is, die heeft veel lief. Ondanks die nauwe band met Christus, moet Maria nog veel leren.
Een juist inzicht
Zo kan het vandaag nog zijn. Door genade kun je veel in Christus zien. Toch…een juist inzicht in Zijn lijden, sterven en opstanding kan (nog) ontbreken. Een leraar zorgt ervoor dat leerlingen inzicht krijgen in de lesstof. Zo geeft Christus Zijn kinderen ook les als Leraar door Zijn Woord en Geest. Hij zorgt dat Zijn kinderen een juist inzicht krijgen in Zijn opstanding. Daardoor zijn hun zonden vergeven en zijn ze de gelukkigste van alle mensen. Christus heeft door Zijn opstanding ook de dood voor Zijn kinderen overwonnen. Dat betekent dat ze niet in de verdoemenis, de hel, komen. Over het algemeen leert Hij Zijn kinderen deze zegen van Zijn opstanding stap voor stap. Ook bij Maria gaat Hij dit doen. wat Maria Magdaléna nooit hadden kunnen denken was toch gebeurd. Met Jezus’ moeder, enkele vrouwen en Johannes is ze getuige van de kruisiging van Jezus geweest. Daarmee was al haar hoop die ze op Hem had de bodem ingeslagen. Maria Magdaléna is haar Jezus kwijt. En Jezus kwijt is alles kwijt. Ze is bang dat de ‘duisternis’ van vroeger weer bezit van haar zal nemen. Na de dood van de Heere Jezus wilde zij Zijn lichaam zalven. Met een paar andere vrouwen is ze ‘s morgens naar het graf gegaan. Als ze bijna bij het graf zijn, schrikken ze omdat de steen van het graf af is. Maria denkt dat het lichaam gestolen is. Ze rent naar de discipelen en zegt dat het lichaam van de Heere gestolen is. De andere vrouwen lopen door naar het graf. Daar vertellen engelen hun dat de Heere Jezus is opgestaan. Niet veel later gaat Maria in grote droefheid weer terug naar het graf. Het lichaam van haar Jezus is gestolen, denkt ze. Zo zien we haar deze morgen bij het graf staan. Jezus’ boodschap dat Hij zou opstaan is ze vergeten. Ze staat bij een leeg graf. Ze zoekt de Levende bij de doden.
Een les
Laten we Maria maar geen verwijten maken waarom ze zo slecht naar Jezus heeft geluisterd. Wie zijn wij? Wij staan áchter de paasboodschap van Jezus’ opstanding. De meesten van ons hebben de boodschap gehoord van Jezus’ kruisiging. We weten ook meer of minder waarom dat nodig was. Om de zonde te verzoenen. Maar hebben wij al dezelfde liefde tot Jezus zoals Maria? Weten wij ons gered uit de macht van de zonde zoals Maria? Misschien moet je je wel schamen omdat je onverschillig tegenover Jezus staat. Laat Maria Magdaléna tot een voorbeeld zijn. Bekeer je. En jij die de Heere Jezus door een waar geloof mag liefhebben, bewust of minder bewust. Wees eens eerlijk. Heb jij al een juist inzicht in de noodzaak van de kruisiging en opstanding van Jezus? Jezus heeft door Zijn opstanding ook verlossing gegeven van het ‘vlees’ en de wereld. Dus van de macht van de zonde. Zijn opstanding betekent ook dat Zijn kinderen eens met Hem zullen opstaan. Dan mogen ze eeuwig met Hem leven. Wat beleef je daarvan? ondanks de liefde tot de Heere Jezus was Maria vastgelopen op Zijn kruis en opstanding. Dat vertelt de Bijbel ons tot lering. Denk maar niet dat Gods kinderen vandaag beter kunnen geloven dan Maria Magdaléna. Als er één kon vertellen wat er in haar leven was gebeurd, dan was het Maria wel. Zo kan het zijn bij Gods kinderen. Bekering en geloof ontvangen uit genade. En toch geen juist inzicht in Jezus’ kruis en opstanding. Daardoor staat Hij niet in het middelpunt van hun leven.
De Heere Jezus is de Eerste
De Heere Jezus laat op deze paasmorgen zien dat Hij van Maria’s verdriet afweet. Zo is de Heere Jezus. Hij zoekt haar op in deze hof waar Hij begraven is geweest. Hij wil Zich als de opgestane Zaligmaker aan haar laten zien. Zoals de eerste keer haar geestelijke ogen voor Hem werden geopend, zo ook nu. Maria Magdaléna staat huilend bij Zijn graf. Dan is het Jezus’ tijd. Hij gaat haar uitlokken met vragen stellen. Eerst gebruikt Hij daarvoor twee engelen. Uit haar reactie blijkt opnieuw haar verdriet (Johannes 20:12,13). Daarna keert ze zich om en ziet Jezus staan, maar herkent Hem niet. Hoe bestaat het: zo dicht bij de Zaligmaker en Hem niet herkennen. Daaruit blijkt dat onze ‘geestelijke ogen’ geopend moeten worden voor de Heere Jezus. Voor het eerst, maar ook opnieuw. Opnieuw stelt Jezus haar de vraag waarom ze huilt, maar ook wie ze zoekt. Ze denkt dat Jezus de tuinman is en ze legt haar hart open. Uit haar antwoord blijkt haar verdriet. Ze kan niet zonder Jezus. Ze wil zelfs een dode Jezus meenemen (Johannes 20:14,15). Zo sterk is haar liefde.
Openbaring van Jezus
Dan is het Jezus’ tijd om Zich ten volle aan haar te openbaren. Hij doet dat heel kort door slechts haar naam te noemen. Hij zegt slechts: Maria! Hij noemt haar naam in het Arabisch, haar eigen moedertaal. Zoals een moeder haar kind roept en het kind direct moeders stem herkent, zo doet Jezus. Maria wordt geroepen uit haar ongeloof. Ze herkent Zijn stem en keert zich om en roept: Rabbouni. Dat betekent: Meester! Ze herkent Hem als haar Onderwijzer. Als haar Profeet. Slechts één Persoon kon haar naam zo uitspreken en dat is Jezus. Ze herkent Zijn spreken uit duizenden. De Heere Jezus zegt dat Zijn schapen Zijn stem horen (Johannes 10:16). Ze ziet en hoort dat de Heere Jezus is opgestaan. Wat dat allemaal geestelijk inhoudt, moet de Heilige Geest haar nog leren. Paulus schrijft dat als Jezus niet was opgewekt, Gods kinderen nog in hun zonde waren (1 Korinthe 15:17). Dan zouden ze nog voor eigen rekening leven. Maar nu Christus is opgewekt, zijn ze vrij van de zonden. Die wetenschap moet nog tot Maria doordringen. Maar op dit moment heeft ze genoeg aan haar lieve levende Meester.
Persoonlijke vragen
Herken jij je in Maria Magdaléna? Is de Heere Jezus ook jouw Rabbouni, jouw Meester? Wil je Hem volgen en voor Hem leven? Ben je Hem nu kwijt? Kom dan tot Hem op deze paasmorgen. Bij Hem moet je zijn voor vergeving van je zonden. Of heb je nog geen ‘last’ van je zonden? Hij is de Medicijnmeester, de geestelijke Dokter. Ben je ziek van je zonden? Kom bij Hem op spreekuur. Hij wil je ervan verlossen. Bij Hem moet je dagelijks zijn om je zondige vlees te overwinnen. Door Zijn opstandingskracht worden Zijn kinderen opgewekt tot een nieuw leven. Om helemaal van minuut tot minuut voor en met Hem te leven.
Maria’s opdracht
Maria krijgt van de Heere Jezus een opdracht. Ze moet naar Zijn broeders gaan, Zijn discipelen, en hun vertellen dat Hij leeft. Hij noemt ze nu niet meer vrienden, maar broeders. Ze horen bij het grote goddelijke huisgezin. God is hun Vader en Jezus is hun oudste Broeder. Wat een opklimming. Hij riep ze als discipelen. Toen werden het Zijn vrienden en nu na Zijn opstanding noemt Hij hen Zijn broeders. Hij kan hen weer broeders noemen omdat hun oudste Broeder voor hen gestorven is. Maria mag deze ontmoeting niet voor zichzelf houden. De broeders moeten erin delen. Zo gaat ze naar de broeders.
Paasopdracht
Pasen heeft alles te maken met nieuw leven met God. Geef deze boodschap eens aan anderen door deze week. Of ze het willen horen of niet, geef het door. Houd deze boodschap niet voor jezelf. Pasen roept geestelijk dode zondaren om op te staan uit de geestelijke dood (Efeze 5:14). Door Zijn levenwekkende stem zullen mensen ook ‘opstaan’. Waar dat gebeurt, wordt alles nieuw. Je gaat je leven in een nieuw licht zien. Door Jezus ontvang je toekomstperspectief. Dan pas kom je erachter dat Hij echt bestaat en leeft. Pasen: door Jezus is er een eeuwig leven mogelijk met God. Dat rijke leven met Hem begint hier al. Bid tot Hem. Hij is de Opstanding en hét Leven (Johannes 11:25).